Onderzoek Jeugdzorgketen

Uit onderzoek van de Rekenkamercommissie van Deventer naar het functioneren van de jeugdzorgketen blijkt dat de ingrediënten voor een effectieve en efficiënte jeugdzorgketen in Deventer aanwezig zijn, maar dat de keten verder kan worden versterkt. Met name de doelmatigheid en doeltreffendheid van de toegang tot de jeugdzorg kan verbeteren en de manier waarop niet-geïndiceerde hulp drukt op de geïndiceerde jeugdzorg kan verminderen. De Rekenkamercommissie doet een aantal aanbevelingen aan de gemeenteraad om de keten beter te laten functioneren.

Het doel van het rekenkameronderzoek was inzicht krijgen in het functioneren van de keten tussen het lokale preventieve jeugdbeleid en de provinciaal georganiseerde jeugdzorg. De vraag is of de jeugdzorgketen in Deventer haar doelen (signalering, begeleiding, toewijzing en verwijzing) bereikt.

Eén van de conclusies uit het rapport is dat het zo vroeg mogelijk signaleren van problemen bij kinderen en hun opvoeders van groot belang is. Daarmee wordt voorkomen dat problemen groter en complexer worden. Veel informatie hierover is beschikbaar, maar daarmee wordt niets gedaan. Om een goede basis te vormen voor het ontwikkelen van effectief en efficiënt jeugdbeleid is het goed dat deze informatie bij elkaar komt volgens de Rekenkamercommissie.

Ook bestaat bij meerdere partners in de keten de wens om samen met de gemeente een brede en gedegen, inhoudelijke visie op de jeugd(zorg)keten te ontwikkelen. Een visie die aangeeft waar accenten moeten komen te liggen en waarbij de rol, functie en omvang van alle organisaties in de keten duidelijk wordt gemaakt. De Rekenkamercommissie beveelt aan om onder mede verantwoordelijkheid van ‘het veld’ een zorgcontinuüm op te stellen. Daarmee wordt voor ouders en professionals inzichtelijk gemaakt welke functies, taken en inzet (producten) de betrokken organisaties leveren op het gebied van Jeugdbeleid. De gemeente dient met de instellingen prestatieafspraken te maken over verplichte samenwerking. Tevens dient de terugkoppeling van Bureau Jeugdzorg naar het lokale veld te worden versterkt.

Een andere conclusie is dat lokale en bovenlokale organisaties niet voldoende in staat zijn om duidelijk sturing te geven aan de keten en dat een leidende rol van de gemeente noodzakelijk is. De gemeente dient daarvoor concrete afspraken te maken en ook aan effectmeting te doen. Voorts moet de gemeente leiderschap tonen bij het stimuleren van afstemming tussen organisaties die elkaar bij het voorkomen en oplossen van problemen kunnen versterken. Ook voor zorgmijders dient aandacht te zijn.

Tot slot wordt het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) als een kans gezien om de lokale en regionale Jeugd(zorg)keten te versterken. De Rekenkamercommissie pleit er voor om daarbij één coördinerend wethouder te benoemen die wordt geacht alle jeugdinitiatieven van diverse portefeuilles te coördineren. Ook dient die ervoor te waken dat de focus van de zorgverlening niet alleen op de jeugdige komt te liggen maar dat ook aandacht wordt besteed aan zorgverlening aan het gezin.

Dit is een overzicht van alle bijlagen behorende bij deze pagina.

Spring naar einde van Bijlage-overzicht
Dit is een overzicht van alle bijlagen behorende bij deze pagina.
Titel Grootte
Rapport jeugdzorgketen 694,9 KB
Spring naar begin van Bijlage-overzicht