DoeMee-onderzoek Energiebesparing 2025
In 2025 heeft de Rekenkamer Deventer deelgenomen aan het grootschalige onderzoek naar het toezicht op en de handhaving van de energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing bij bedrijven en instellingen. Het onderzoek geeft inzicht over de mogelijkheden om te sturen op beide plichten. Het levert ook een bijdrage aan een nationaal onderzoek van de Algemene Rekenkamer.
Achtergrond onderzoek
De centrale onderzoeksvraag van het DoeMee-onderzoek luidt: Welke inspanningen plegen gemeenten en provincies bij het toezicht en de handhaving van de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing en wat zijn daarvan de resultaten?
Bevindingen van het rapport van de Algemene Rekenkamer
Op 21 november 2024 publiceerde de Algemene Rekenkamer het rapport Energiebesparingsplicht, 2008-2023. Hoge ambities, Onbekend resultaat. Hoewel al vaak werd gesteld dat de plicht niet werkte, is dat voor het eerst structureel in kaart gebracht. De minister weet niet hoeveel energie wordt bespaard door de plicht, hoeveel bedrijven voldoen aan de plicht en hoeveel controles plaatsvinden. Deels is dat het gevolg van het gedecentraliseerde systeem waarbinnen de energiebesparingsplicht wordt gehandhaafd. Deels komt het ook omdat de minister geen acties heeft ondernomen om zicht te krijgen op zaken als kosten, controles en naleving. Veel van de ingrepen van de minister en haar voorgangers om de energiebesparingsplicht te verbeteren zijn niet onderbouwd en de resultaten worden niet onderzocht.
Bevindingen van het DoeMee-onderzoek Energiebesparingsplicht
De rekenkamer heeft de conclusies uit het DoeMee-onderzoek vergeleken met de situatie in Deventer.
- Bij meer dan driekwart van de gemeenten (77%) is de opdracht op toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht aan de omgevingsdienst in de begroting opgenomen, meestal onder het overkoepelende onderwerp ‘omgevingsdiensten’. In 70% van de gemeenten is er een opdracht richting de omgevingsdiensten geformuleerd met betrekking tot de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing. Aan deopdracht wordt in de meeste gevallen (92%) ook voldaan. In Deventer is de opdracht helder en is het als specifiek onderdeel in de begroting opgenomen. Tot en met 2023 is de opdracht vastgelegd in projectplannen en uitvoeringsplannen.
- Er wordt door 80% van de gemeenten gestuurd op de taken van de omgevingsdienst. Dit gebeurt meestal door voortgangsrapportages, periodieke overleggen over, of evaluatie van, de voortgang. Bij 61% van de gemeenten zijn er ook formeel afspraken gemaakt over Energiebesparingsplicht en Informatieplicht. In 46% van de gemeenten zijn hier ook kritische prestatie indicatoren (KPI’s) aan verbonden, zoals het aantal controles. De gemeente Deventer heeft afspraken gemaakt over de monitorings- en verantwoordingsinformatie over de energiebesparingsplicht. Aanvullend op de bestuursrapportage is er ook nog een halfjaarlijkse evaluatie. Er zijn geen KPI’s vastgesteld.
- Ongeveer een kwart (26%) van de gemeenten vervult zelf ook nog taken. Drie gemeenten geven bijvoorbeeld aan dat zij eigen toezichthouders hebben die toezien op de niet basistaakbedrijven. Een van de gemeenten geeft hierbij aan dat zij energiegegevens opvraagt die de omgevingsdienst kan gebruiken voor toezicht en handhaving op de verplichtingen. Een aantal gemeenten geeft aan het toezicht op kantoorgebouwen die over minimaal energielabel C dienen te beschikken, zelf uit te voeren. De gemeente geeft zelf geen invulling aan toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht, dit doet de Omgevingsdienst. De gemeente Deventer controleert vanuit toezicht bouw wel de Label C verplichting voor kantoren.
- Ruim een kwart van de gemeenten (27%) geeft aan dat er weleens vragen of opmerkingen vanuit de gemeenteraad zijn geweest. Vragen gingen bijvoorbeeld over de werkwijze, de voortgang van de uitvoering van de werkzaamheden (aantal controles, naleefgedrag) en de bereikte resultaten.
De meeste vragen over de bereikte resultaten gingen over de gerealiseerde CO2 reductie, over de hoeveelheid controles, het naleefgedrag en het type uitgevoerde maatregelen. Uit de vragenlijst blijkt dat de gemeenteraad geïnteresseerd is in het toezicht op energie en duurzaamheid. Voorbeeldvragen zijn: hoeveel controles zijn er uitgevoerd, wat waren de resultaten en welke inrichtingen zijn gecontroleerd?
Belangrijkste uitkomsten van het onderzoek onder de omgevingsdienst:
- Omgevingsdiensten hebben allemaal (gedeeltelijk) zicht op de bedrijven en instellingen die vallen onder de energiebesparings- en informatieplicht. Aan dit zicht komen zij vooral door eigen informatieverzameling, een combinatie van eigen gegevens met de gegevens van RVO.nl of een download vanuit het e-loket van RVO.nl. Als belangrijkste oorzaak waardoor de informatie (soms) ontbreekt geven de omgevingsdiensten aan dat zij geen inzicht hebben in energieverbruikgegevens van bedrijven en instellingen. Zij geven aan dat het aanleveren van gegevens door netbeheerders kan helpen om volledig inzicht te krijgen. Ook de Omgevingsdienst IJsselland heeft gedeeltelijk zicht op de bedrijven en instellingen die vallen onder de energiebesparings- en informatieplicht. Ze ondernemen de genoemde activiteiten hierboven. Daarnaast geven ze aan dat de informatie ontbreekt, omdat de bedrijven geen rapportage informatieplicht hebben ingediend. Hierdoor zijn de energiegegevens niet inzichtelijk en weet de OD niet of er sprake is van een verplichting. De OD heeft ingezet op een schriftelijke informatiecampagne en verzamelen informatie bij het regulier toezicht bij bedrijven om te kijken welke bedrijven en inrichtingen energierelevant zijn.
- Omgevingsdiensten geven aan dat het aantal controles per jaar wordt bepaald in afstemming met de gemeente/provincie en afhankelijk is van het budget dat de gemeente/provincie beschikbaar stelt voor energietoezicht- en handhaving. Ook de beschikbare capaciteit, het aantal energiebesparingplichtige bedrijven en de beschikbaarheid van aanvullende middelen (VUEregeling, SPUK-gelden zijn onderdeel van de afweging. Ook bij de Omgevingsdienst IJsselland is het afhankelijk van het beschikbare budget hoeveel bedrijven er kunnen worden gecontroleerd.
- Van 2019 tot en met 2023 is een intensivering in het aantal controles zichtbaar van 1.520 in 2019 tot 6.790 in 2023 (voor 110 gemeenten). Ook het aantal ingezette uren is in deze periode gestegen van 18.863 tot 40.550 (voor 89 gemeenten). Een groot deel van de omgevingsdiensten (44%) geeft aan tussen de 5 en 10 jaar nodig te hebben om alle bedrijven en instellingen te controleren op de energiebesparings- en informatieplicht. Bij de Omgevingsdienst IJsselland is er ook sprake van een toename van het aantal controles. De OD heeft aangegeven dat ze 5-10 jaar nodig heeft vanaf de start van de werkzaamheden om alle bedrijven en instellingen te controleren. De inschatting is dat in 2026 het merendeel van de bedrijven is gecontroleerd.
- Meer dan de helft van de omgevingsdiensten (55%) geeft aan geen zicht te hebben op het energiebesparingspotentieel van bedrijven en instellingen in de betreffende gemeente of provincie. Een klein deel van de omgevingsdiensten (14%) kan een indicatie geven van het energiebesparingspotentieel op basis van de informatieplicht. In de vragenlijst geeft de Omgevingsdienst IJsselland aan dat zij niet weten of zij zicht hebben op het energiebesparingspotentieel bij bedrijven en instellingen.
Aanbevelingen
Op basis van de bevindingen uit het rapport doet de rekenkamer de volgende aanbevelingen om de energiebesparingsplicht en informatieplicht bij de omgevingsdienst IJsselland / Gemeente Deventer te verbeteren:
- Krijg meer zicht op het aantal bedrijven dat valt onder de energiebesparings- en informatieplicht en krijg zich op het energiebesparingspotentieel bij bedrijven/instellingen.
- Blijf de gemeenteraad informeren over de uitvoering van de informatieplicht- en energiebesparingsplicht.
- Deel de resultaten over het toezicht op kantoorgebouwen en bepaal hoeveel besparingspotentieel er nog in de kantoorgebouwen in Deventer zit.
- Breng de zorgen en wensen over de uitvoering van de energiebesparingsplicht over aan het ministerie van Klimaat en Groene Groei.